Vitamine B6 is een wateroplosbare vitamine die betrokken is bij meer dan 100 enzymatische reacties in het lichaam, met name in de aminozuurstofwisseling, energiehuishouding en de synthese van neurotransmitters. Een klinisch tekort is in westerse populaties zeldzaam, al kan een suboptimale vitamine B6-status voorkomen bij specifieke risicogroepen, zoals mensen met chronisch alcoholgebruik. In Nederland ligt de gemiddelde inname rond de 2,0 mg per dag.
De afgelopen jaren is er toenemende aandacht voor de veiligheid van vitamine B6-suppletie, omdat langdurige hoge innames in verband worden gebracht met perifere neuropathie. Op basis van recente wetenschappelijke inzichten heeft de Europese voedselveiligheidsautoriteit (EFSA) de veilige bovengrens voor vitamine B6 aanzienlijk verlaagd.
Vlees, vis, gevogelte, eieren, (zetmeelrijke) groenten, granen, peulvruchten, noten en zaden.
Vitamine B6 is een verzamelnaam voor meerdere vitameren, waaronder pyridoxine (PN), pyridoxal en pyridoxamine, en hun gefosforyleerde vormen. Pyridoxaal-5-fosfaat (P5P of PLP) is de biologisch actieve co-enzymvorm.
De biologische beschikbaarheid van vitamine B6 verschilt per bron. Plantaardige voedingsmiddelen bevatten deels pyridoxine-glucoside, een vorm die naar schatting ongeveer 50% minder goed beschikbaar is dan andere B6-vormen. In een gemengd voedingspatroon bedraagt de gemiddelde biologische beschikbaarheid van vitamine B6 circa 75%. Bereiding en voedselverwerking kunnen deze biologische beschikbaarheid bovendien met 10-50% verlagen.
Suppletie met P5P heeft als voordeel dat de omzetting naar de actieve vorm niet meer nodig is, een proces dat interindividueel kan variëren. Dit kan met name relevant zijn bij personen met een verminderde omzettingscapaciteit. Daarnaast zijn er aanwijzingen dat de vorm waarin vitamine B6 wordt aangeboden relevant kan zijn voor zowel effectiviteit als veiligheid.
De vitamine B6-status kan worden beoordeeld aan de hand van plasma- of serumconcentraties van pyridoxaal-5-fosfaat (PLP). Waarden <30 nmol/L worden vaak beschouwd als suboptimaal, terwijl concentraties <20 nmol/L doorgaans wijzen op een deficiëntie.
Een vitamine B6-tekort kan zich uiten in scheurtjes in de lippen en mondhoeken (ceilosis), ontsteking van het mondslijmvlies (stomatitis), een ontstoken tong (glossitis), seborrhoïsch eczeem, perifere neuropathie en bloedarmoede. Daarnaast worden vermoeidheid, depressieve klachten, cognitieve achteruitgang, verminderde weerstand, migraine en verhoogde homocysteïnespiegel gezien.
Risicogroepen voor een vitamine B6-tekort zijn onder meer mensen met een chronisch alcoholgebruik, nierfunctiestoornissen of dialyse, en mensen met auto-immuunziekten of malabsorptieproblematiek, zoals coeliakie of de ziekte van Crohn. Daarnaast kunnen zwangerschap en het gebruik van orale anticonceptiva de behoefte aan vitamine B6 verhogen.
Er zijn geen contra-indicaties bekend.
*Doseringen tussen 50 en 200 mg per dag worden meestal goed verdragen, zeker als het vitamine B6-supplement gedurende een beperkte periode (enige weken tot maanden) worden ingenomen (zie veiligheid).
De aanbevolen dagelijkse inname (RDA) van vitamine B6 varieert met leeftijd, geslacht en levensfase. De aanbevolen hoeveelheid loopt op van circa 0,5-1 mg/dag bij kinderen tot 1,5 mg/dag voor vrouwen en 1,7 mg/dag voor mannen boven de 50 jaar. Voor zwangere vrouwen bedraagt de aanbevolen inname 1,9 mg/dag en tijdens lactatie 2,0 mg/dag.
Vanwege meldingen van perifere neuropathie bij langdurig gebruik van vitamine B6-supplementen heeft de EFSA de tolerable upper intake level (UL) voor volwassenen in 2023 verlaagd naar 12 mg/dag. De huidige UL’s zijn weergegeven in de onderstaande tabel.

De EFSA verlaagde de veilige bovengrens voor vitamine B6 eerder al van 100 naar 25 mg/dag, waarna de maximaal toegestane hoeveelheid vitamine B6 in Nederlandse voedingssupplementen werd vastgesteld op 21 mg/dag.(18) Naar aanleiding van de verdere verlaging van de UL naar 12 mg/dag in 2023 wordt deze bovengrens momenteel opnieuw geëvalueerd door het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
Inname van een enkele B-vitamine kan het beste vergezeld worden van een B-complex.
Er zijn geen aanwijzingen voor extra risico's van vitamine B6 tijdens zwangerschap of borstvoeding bij inname tot de aanvaardbare bovengrens (UL). Zeer hoge doseringen kunnen mogelijk de lactatie verminderen.
Vitamine B6 wordt over het algemeen goed verdragen bij doseringen <100 mg per dag. Mogelijke milde bijwerkingen zijn maagklachten, misselijkheid, verminderde eetlust, hoofdpijn, slaperigheid en huidreacties. Een relatief zeldzame maar belangrijke bijwerking van langdurige suppletie is sensorische perifere neuropathie.
Er zijn de afgelopen jaren meerdere meldingen gedaan van perifere neuropathie (prikkeling in handen en voeten, doof gevoel, verminderde tastzin, onzeker lopen) bij gebruik van vitamine B6-supplementen, bij uiteenlopende doseringen. Opvallend is dat neuropathie zowel kan voorkomen bij een vitamine B6-tekort als bij langdurige hoge innames van vitamine B6-supplementen. Hoewel neuropathie vaker werd gerapporteerd bij langdurig gebruik van hogere doseringen, zijn ook gevallen beschreven bij relatief lage doseringen. Het optreden van neuropathie lijkt daarom niet uitsluitend dosisafhankelijk te zijn. Bij symptomen die kunnen wijzen op sensorische polyneuropathie is het belangrijk direct te stoppen met de vitamine B6-suppletie; de klachten verdwijnen daarna meestal binnen enkele maanden.
Meldingen bij het Nederlandse bijwerkingencentrum Lareb laten zien dat >96% van de gevallen van vitamine B6-geassocieerde neuropathie samenhing met het gebruik van PN-bevattende supplementen. De gebruikte doseringen varieerden van 2 tot 250 mg/dag en correleerden niet consistent met plasma-PLP-spiegels. Hierbij moet worden meegewogen dat het merendeel van de beschikbare supplementen pyridoxine bevat.
Experimenteel onderzoek suggereert ook dat vooral pyridoxine neuronale schade kan veroorzaken. Een mogelijke verklaring is dat hoge concentraties pyridoxine het enzym pyridoxal kinase (PDXK) remmen, waardoor de vorming van de actieve vorm pyridoxaal-5-fosfaat (PLP) afneemt. Hierdoor kan de werking van neurotransmitters zoals GABA verstoord raken, wat mogelijk bijdraagt aan perifere zenuwschade.
Daarnaast lijken factoren zoals genetische variatie, alcoholgebruik, medicatiegebruik en de duur van suppletie medebepalend voor de individuele gevoeligheid voor neuropathie.